Welke bevoegdheden zijn er?

In het kort

Het bevoegdhedenstelsel in Nederland bestaat uit drie bevoegdheden: een bevoegdheid voor het primair onderwijs en eerstegraads en tweedegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. Daarnaast bestaat er een ongegradeerde bevoegdheid en een geschiktheidsverklaring.

Welke bevoegdheden zijn er?

Wil je graag als leraar aan de slag? Dan heb je een bevoegdheid of kwalificatie nodig. Welke bevoegdheid of kwalificatie je nodig hebt hangt af van de onderwijssector waarin je les wilt geven. Je leest alles over het Nederlandse bevoegdhedenstelsel voor het onderwijs in dit artikel.

Bevoegdheid voor het primair onderwijs

Met de bevoegdheid voor het primair onderwijs kun je lesgeven op de basisschool, in het praktijkonderwijs en op scholen voor speciaal onderwijs, het speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

Neemt een school voor voortgezet speciaal onderwijs zelf eindexamens af? Dan volstaat een bevoegdheid voor het primair onderwijs niet. Je moet dan een tweede- of eerstegraads lesbevoegdheid halen om daar te les te mogen geven.

Wil je weten hoe je een lesbevoegdheid voor het primair onderwijs kunt halen? Lees dan dit artikel.

Tweedegraads bevoegdheid

Met de tweedegraads bevoegdheid specialiseer je je in één schoolvak of beroepsprofiel. Met deze bevoegdheid kun je lesgeven in:

  • de onderbouw van havo en vwo (klas 1, 2, 3);
  • het vmbo;
  • het voortgezet speciaal onderwijs;
  • het praktijkonderwijs;
  • het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), waar ook volwasseneneducatie onder valt;
  • het primair onderwijs, mits je een schoolvak geeft dat overeenkomt met een vak dat daar wordt gegeven. Je mag bijvoorbeeld met jouw bevoegdheid voor het vak wiskunde ook rekenen geven in het primair onderwijs.

Beperkte tweedegraads bevoegdheid

Na het succesvol afronden van een educatieve minor of module op de universiteit ben je zogeheten beperkt tweedegraads bevoegd. Je kunt dan lesgeven in:

  • de onderbouw van havo en vwo (klas 1, 2, 3);
  • het vmbo.

Ben je benieuwd naar de verschillende routes om een tweedegraads bevoegdheid te halen? Lees dan dit artikel.

Eerstegraads bevoegdheid

Net zoals bij een tweedegraads lesbevoegdheid, specialiseer je je bij een eerstegraads bevoegdheid in één schoolvak of beroepsprofiel. Met een eerstegraads bevoegdheid ben je bevoegd om les te geven in dezelfde onderwijssectoren en jaargangen als bij een tweedegraads bevoegdheid. Daarnaast mag je hiermee lesgeven in de bovenbouw van de havo en het vwo. Je kunt met een eerstegraads bevoegdheid dus lesgeven in:

  • de onder- én bovenbouw van havo en vwo (klas 1 t/m 6);
  • het vmbo;
  • het voortgezet speciaal onderwijs;
  • het praktijkonderwijs;
  • het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), waar ook volwasseneneducatie onder valt.
  • het primair onderwijs, mits je een schoolvak geeft dat overeenkomt met een vak dat daar wordt gegeven. Je mag bijvoorbeeld met jouw bevoegdheid voor het vak wiskunde ook rekenen geven in het primair onderwijs.

Lees in dit artikel meer over het halen van een eerstegraads bevoegdheid.

Ongegradeerde bevoegdheid

Voor kunstvakken en lichamelijke opvoeding haal je een ongegradeerde bevoegdheid. Met deze bevoegdheid mag je jouw vak verzorgen in alle onderwijssectoren: in het primair onderwijs, in de onderbouw en bovenbouw van het voortgezet onderwijs, in het beroepsonderwijs en in de volwasseneducatie.

Lesgeven in het mbo

Voor het mbo zit het bevoegdhedenstelsel anders in elkaar. Om in het mbo les te kunnen geven als docent of instructeur hoef je geen bevoegdheid te hebben: ‘bevoegd’ is geen wettelijke term binnen het mbo.

 

Als docent

Met een eerste- of tweedegraads bevoegdheid ben je benoembaar als docent in het mbo. Daarnaast kun je in het mbo benoemd worden als docent met een geschiktheidsverklaring in combinatie met een pedagogisch-didactisch getuigschrift (PDG). Dat getuigschrift kun je halen via een PDG-traject: een zij-instroomtraject waarbij je tegelijkertijd werkt en leert.

Wil je docent worden in het mbo? Lees dan dit artikel.

Als instructeur

Als instructeur begeleid je studenten vooral tijdens het praktijkgedeelte van het onderwijs op een mbo-school. Je bent benoembaar als instructeur als je kunt aantonen dat je daar vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch bekwaam voor bent. Het bevoegde gezag van een mbo-school bepaalt of jij aan deze drie bekwaamheidseisen voldoet, op basis van je werkervaring en je vooropleidingen.

Wil je weten hoe je instructeur kunt worden in het mbo? Hier lees je er meer over.

Mag je zonder bevoegdheid lesgeven in Nederland?

In principe mag je niet onbevoegd lesgeven in Nederland. Er zijn wel uitzonderingen op deze regel. Zo mag je als leraar in opleiding soms al direct voor de klas staan en kun je soms als gastdocent zonder lesbevoegdheid een aantal uur per week lesgeven, onder bepaalde voorwaarden. In dit artikel vind je alle contexten waarin je onbevoegd voor de klas mag.  

Hoe kom ik erachter wat mijn route naar een lesbevoegdheid is?

Ben je benieuwd naar de route die het best bij jou past? Door onze routetool in te vullen, vind je alle mogelijkheden. Je kunt ook altijd contact opnemen met onze adviseurs voor persoonlijk advies. Kijk hiervoor op onze contactpagina.

Dit artikel is geschreven door

Over het Onderwijsloket