Hoe zit het Nederlandse onderwijssysteem in elkaar?

Het Nederlandse onderwijssysteem

Kun jij alle 18 niveaus in het Nederlandse onderwijssysteem opnoemen? Na het lezen van dit artikel wel. Ieder niveau – van primair onderwijs tot PHD – heeft verschillende vertakkingen. En die hebben we hier allemaal voor je in kaart gebracht.

1. Primair onderwijs (po)

In Nederland bestaan vier verschillende vormen van primair onderwijs.

Regulier basisonderwijs

De basisschool is bedoeld voor kinderen van vier tot en met twaalf jaar. Een kind is in Nederland vanaf vijf jaar leerplichtig, maar meestal gaan kinderen vanaf hun vierde verjaardag al naar de basisschool. Kinderen starten in groep 1 en krijgen tot en met groep 8 les van een of meerdere leraren volgens een vast weekrooster.

Speciaal basisonderwijs (sbo)

In Nederland zijn er verschillende speciale basisscholen. Deze scholen zijn bedoeld voor kinderen die niet kunnen meekomen in het reguliere basisonderwijs. Bijvoorbeeld door leerachterstand(en) of gedrags- en opvoedingsproblemen. Op basisscholen voor speciaal onderwijs worden dezelfde leerdoelen aangehouden als op het regulier basisonderwijs, de lesstof wordt alleen op een manier aangeboden die rekening houdt met de specifieke situatie van ieder kind.

Speciaal onderwijs (so)

Een school voor speciaal onderwijs is bedoeld voor kinderen die vanwege een heftige problematiek geen passende plek binnen het regulier basisonderwijs of speciaal basisonderwijs kunnen vinden. Denk aan zeer moeilijk lerende kinderen, verstandelijk of lichamelijk beperkte kinderen of  kinderen met ernstige problemen wat betreft hun gedrag en/of geestelijke gezondheid. Scholen met speciaal onderwijs hanteren niet dezelfde leerdoelen als het reguliere basisonderwijs of het speciaal basisonderwijs. . Daarom stromen kinderen uit het speciaal onderwijs meestal niet door naar het regulier voortgezet onderwijs, maar naar het voortgezet speciaal onderwijs.

Voortgezet speciaal onderwijs (vso)

Hoewel leerlingen op het voortgezet speciaal onderwijs (vso) even oud zijn als leerlingen op het voortgezet onderwijs (vo), valt het vso onder de parapluterm voor het primair onderwijs volgens de Wet op het primair onderwijs.

Op het voortgezet speciaal onderwijs zitten voornamelijk kinderen die vanuit het speciaal onderwijs zijn doorgestroomd. Net zoals op het speciaal onderwijs, verschillen de leerdoelen van deze scholen van de leerdoelen op reguliere middelbare scholen. Op welk niveau een leerling zijn of haar diploma kan halen, hangt af van de ernst van de problematiek bij het kind. Er is een groep van scholieren die op het voortgezet speciaal onderwijs een vmbo-diploma haalt en daarna eventueel nog een opleiding kan volgt, maar er zijn ook scholieren met een zeer ernstige problematiek die hierna overgaan naar dagbesteding.

2. Voortgezet onderwijs (vo)

Vo staat voor voortgezet onderwijs. Na groep 8 van de basisschool gaan kinderen naar een middelbare school. Dat onderwijs wordt het voortgezet onderwijs genoemd. Leerlingen op het voortgezet onderwijs zijn gemiddeld tussen de twaalf en achttien jaar oud. In Nederland wordt voortgezet onderwijs op verschillende niveaus aangeboden:

Praktijkonderwijs (pro)

Het praktijkonderwijs leidt leerlingen in zes jaar op voor een plek op de arbeidsmarkt. In het praktijkonderwijs krijgen de leerlingen intensieve uitleg en begeleiding. Ze volgen in kleine groepen de reguliere onderbouwvakken van het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er praktijkvakken, zoals zorg en welzijn of verkoop. Docenten helpen de leerlingen ook om algemene vaardigheden te ontwikkelen, zoals zelfredzaamheid, communicatievaardigheden en planmatig werken. en werknemersvaardigheden.

Vmbo

De afkorting vmbo staat voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Het is een vierjarige opleiding die leerlingen voorbereidt op het mbo, maar doorstroom naar de havo is ook mogelijk. In het vmbo zijn er vier leerwegen:

  • Basisberoepsgerichte leerweg: voor leerlingen die graag leren door zelf te doen;
  • Kaderberoepsgerichte leerweg: voor leerlingen die praktisch zijn ingesteld, maar geen moeite hebben met theoriegericht onderwijs;
  • Gemengde leerweg: voor leerlingen die weinig moeite hebben met leren en ook graag praktijkgerichte vakken krijgen;
  • Theoretische leerweg: voor leerlingen die weinig moeite hebben met leren en die zich nog niet willen voorbereiden op een specifieke opleiding. Deze leerweg is gelijk aan de oude mavo.

Lwoo

De afkorting lwoo staat voor leerwegondersteunend onderwijs. Lwoo is geen type voortgezet onderwijs, het is aanvullend speciaal onderwijs aan vmbo-leerlingen van de basis- en soms van de kaderberoepsgerichte leerweg. Lwoo biedt leerlingen met een leerachterstand extra ondersteuning zodat ze makkelijker hun diploma kunnen halen. Lwoo kan plaatsvinden tijdens maar ook buiten de reguliere lessen, en zelfs buiten de eigen school. Deze lessen worden namelijk niet op alle vmbo-scholen gegeven. Een lwoo-docent heeft kleinere klassen, zodat hij of zij meer aandacht kan geven aan elke leerling.

Havo

Havo staat voor hoger algemeen voortgezet onderwijs. Deze opleiding duurt vijf jaar en bereidt leerlingen in principe voor op het hoger beroepsonderwijs (hbo), maar na het examen kun je ook doorstromen naar het vwo. Er is meer ruimte voor verdieping van de lesstof dan op het vmbo en de leerlingen op de havo moeten meer zelfstandig werken. In de bovenbouw kiezen havo-leerlingen een van de volgende vier profielen:

  • Cultuur en maatschappij
  • Economie en maatschappij
  • Natuur en gezondheid
  • Natuur en techniek

Vwo

Vwo staat voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Het vwo duurt zes jaar en bereidt scholieren voor op een studie aan de universiteit. Er is veel ruimte voor verdieping. Aan het eind van het derde jaar kiezen alle vwo-leerlingen een van de volgende vier profielen:

  • Cultuur en maatschappij
  • Economie en maatschappij
  • Natuur en gezondheid
  • Natuur en techniek

Binnen het vwo bestaan twee verschillende stromingen:

  • Het atheneum is de reguliere vwo-opleiding met 15 vakken in de onderbouw en 8 examenvakken.
  • Het gymnasium is een vwo-opleiding met als extra vakken Latijn, Grieks en klassieke culturele vorming.

Tweetalig onderwijs (tto)

Tweetalig onderwijs (tto) is een stroming binnen het voortgezet onderwijs. Leerlingen spreken Engels bij vakken als geschiedenis, aardrijkskunde en gymnastiek. Het Engels is niet alleen de taal waarin les wordt gegeven, maar ook de communicatietaal: de docent spreekt Engels met de leerlingen en de leerlingen doen dat onderling ook.

Tto wordt aangeboden op alle niveaus van het voortgezet onderwijs. Bij tto wordt in de onderbouw minimaal de helft van de vakken in het Engels gegeven. In de bovenbouw ligt dat percentage lager, op circa 25%. Scholen waar tto wordt aangeboden moeten voldoen aan de reguliere eisen van de Nederlandse overheid. Tweetalige leerlingen doen een regulier Nederlands eindexamen en krijgen een vwo-, havo- of vmbo-diploma. De tto-leerlingen op havo en vwo krijgen daar bovenop nog een certificaat van het International Baccalaureate van Cambridge International.

3. Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

Mbo staat voor middelbaar beroepsonderwijs. Het is onderwijs dat aansluit op de middelbare school. Het vmbo bereidt je voor op het mbo, maar ook met een havo-diploma kun je aan het mbo studeren. Mbo-opleidingen bereiden je voor op een specifiek vak of beroep, zoals bakker, elektromonteur of pedicure. Er zijn ca. 500 opleidingen waar je een mbo-diploma in kunt halen.

Het mbo kent vier niveaus:

  • mbo niveau 1: entreeopleiding voor eenvoudig uitvoerend werk
  • mbo niveau 2: basisberoepsopleiding voor uitvoerend praktisch werk
  • mbo niveau 3: vakopleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar
  • mbo niveau 4: middenkaderopleiding en specialistenopleiding, waarna iemand volledig zelfstandig een beroep kan beoefenen, met een brede inzetbaarheid en/of een specialisatie

Vavo

De vavo is een afkorting van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Op de vavo kunnen volwassenen een vmbo-theoretische leerweg-, havo- of vwo-diploma of deelcertificaten voor bepaalde schoolvakken halen. De vavo is bedoeld voor mensen van 18 jaar en ouder. Deze volwassenen hebben bijvoorbeeld geen middelbareschooldiploma gehaald, ze willen een hoger middelbareschooldiploma halen of ze willen voor bepaalde vakken een deelcertificaat halen vanwege hun vervolgopleiding. De vavo valt officieel onder het mbo en wordt dan ook door mbo-instellingen aangeboden.

4. Hoger beroepsonderwijs (hbo)

Hbo staat voor hoger beroepsonderwijs. Na de havo of het vwo kunnen leerlingen van een middelbare school doorstromen naar het hoger beroepsonderwijs. Daarnaast kunnen ook studenten van een afgeronde mbo niveau 4-opleiding doorstromen naar het hbo. In vergelijking met het wetenschappelijk onderwijs zijn hbo-opleidingen meer gericht op een beroepspraktijk.

Het hoger beroepsonderwijs is ingedeeld volgens het bachelor-masterstel. Je kunt een hbo-opleiding op drie niveaus volgen:

Associate degree

Dit een praktijkgerichte, tweejarige opleiding op hbo-niveau. Je behaalt een Associate degree-diploma op een niveau dat tussen mbo niveau 4 en hbo-bachelor ligt.

Hbo-bachelor/professionele bachelor

Dit is een vierjarige opleiding die je volgt nadat je havo, vwo of mbo op niveau 4 hebt afgerond. Je sluit deze opleiding af met een hbo-bachelordiploma.

Hbo-master/professionele master

Een één- of tweejarige opleiding die je volgt nadat je je hbo-of wo-bachelor hebt afgerond. Tijdens een master verdiep je je nog verder in je vakgebied. Je sluit deze opleiding af met een hbo-masterdiploma.

5. Wetenschappelijk onderwijs (wo)

Wo staat voor wetenschappelijk onderwijs. Na het vwo kunnen scholieren van een middelbare school doorstromen naar een opleiding aan een universiteit. Studenten die op een hbo-opleiding hun propedeuse hebben gehaald mogen een opleiding gaan volgen aan een universiteit. Binnen het wetenschappelijk onderwijs ligt de nadruk niet op het voorbereiden op de beroepspraktijk, maar op onderzoeksvaardigheden. Je leert analytisch en kritisch met leerstof om te gaan.

Het wetenschappelijk onderwijs in Nederland is, net zoals bij het hoger beroepsonderwijs, ingedeeld volgens het bachelor-masterstel. Je kunt een wo-opleiding op twee niveaus volgen:

Universitaire bachelor

Dit een theoriegerichte, driejarige opleiding. Je sluit deze opleiding af met een bachelordiploma. Na je wo-bacheloropleiding kun je een universitaire master volgen.

Universitaire master

Dit is een theoriegerichte, een- of twee jarige opleiding. Je sluit deze opleiding af met een masterdiploma.

6. PhD

Een PhD is de hoogste academische graad die je kunt halen. Wil je echt verder in de wetenschap, bijvoorbeeld als je later professor wilt worden, dan moet je een PhD halen. Als je bij een universiteit wordt aangesteld voor een PhD-positie doe je wetenschappelijk onderzoek en schrijf je een proefschrift over een onderwerp binnen het vakgebied waarop je promoveert. Vroeger heette dat promoveren. Je krijgt dan de titel dr. en wordt doctor in de wetenschap. De internationale term hiervoor is PhD: een Latijnse afkorting die voor Philosophiæ Doctor staat. Met deze titel wordt verwezen naar het Oudgriekse woord philosophia, wat ‘liefde voor wijsheid’ betekent.

Samenvatting

In Nederland kennen we een uitgebreid onderwijssysteem. Het onderwijssysteem begint met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs voor alle kinderen vanaf vier jaar. Na het basisonderwijs zijn er zeven vormen van voortgezet onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, lwoo, havo, vwo en vavo. Daarna zijn er drie vormen van vervolgonderwijs. Studenten kunnen naar het mbo (niveau 1 t/m 4), naar het hbo (in de vorm van een 2-jarige associate degree, een hbo-bachelor en/of een hbo-master) of naar de universiteit voor een wo-bachelor en/of wo-master. De hoogste graad in het onderwijssysteem is een PhD. In een PhD-positie doe je wetenschappelijk onderzoek en schrijf je een proefschrift over een onderwerp binnen het vakgebied waarop je promoveert.

Dit artikel is geschreven door

Over het Onderwijsloket