Hoe zit het Nederlandse onderwijssysteem in elkaar?

Het Nederlandse onderwijssysteem

Kom jij uit het buitenland en ben je niet bekend met het Nederlandse onderwijssysteem? Of hoor je om je heen niveaus en richtingen waar je nog niet eerder van had gehoord? In Nederland kennen we een onderwijssysteem met verschillende vertakkingen. In dit artikel hebben we die in kaart gebracht.

1. Primair onderwijs (po)

Het primair onderwijs kan onderverdeeld worden in de volgende drie vertakkingen.

Regulier basisonderwijs

De basisschool is bedoeld voor kinderen van vier tot en met twaalf jaar. Een kind is in Nederland vanaf vijf jaar leerplichtig, maar meestal gaan kinderen van vier jaar al volledig naar de basisschool. De kinderen krijgen in groep 1 t/m groep 8 via een vast weekrooster les van een of meerdere leraren.

Speciaal basisonderwijs (sbo)

In Nederland zijn er verschillende speciale basisscholen. Deze scholen zijn bedoeld voor kinderen die niet kunnen meekomen in het reguliere basisonderwijs. Bijvoorbeeld door leerachterstand(en) of gedrags- en opvoedingsproblemen. Basisscholen voor sbo zijn houden dezelfde kerndoelen aan als het regulier basisonderwijs. 

Speciaal onderwijs (so)

Een school voor speciaal onderwijs is voor kinderen met heftige problematiek die geen passende plek binnen het regulier basisonderwijs of speciaal basisonderwijs kunnen vinden. Denk aan zeer moeilijk lerende kinderen, verstandelijk of lichamelijk beperkte kinderen en kinderen met ernstige gedrags- en/of psychische problemen. Scholen met het speciaal onderwijs volgen niet dezelfde kerndoelen als reguliere basisscholen. Kinderen uit het speciaal onderwijs stromen dan ook meestal niet door naar het regulier voortgezet onderwijs, maar naar het voortgezet speciaal onderwijs.

2. Voortgezet onderwijs (vo)

Vo staat voor voortgezet onderwijs. Na groep 8 van de basisschool gaan kinderen naar een middelbare school. Dat onderwijs wordt het voortgezet onderwijs genoemd. Leerlingen op het voortgezet onderwijs zijn gemiddeld tussen de twaalf en achttien jaar oud. Het voortgezet onderwijs bestaat uit vier niveaus. Die hebben we hieronder uiteengezet:

Voortgezet speciaal onderwijs

Op het voortgezet speciaal onderwijs zitten kinderen die meestal vanuit het speciaal onderwijs zijn doorgestroomd. Net zoals op het speciaal onderwijs, verschillen de kerndoelen van deze scholen van reguliere middelbare scholen. Het ligt aan de ernst van de problematiek op welk niveau de scholieren uiteindelijk hun diploma halen. Er is een groep van scholieren die een vmbo-diploma haalt en daarna eventueel nog een opleiding kan volgen, maar bij zeer ernstige problematiek stromen de scholieren uit naar dagbesteding.

Praktijkonderwijs

In het praktijkonderwijs hebben de leerlingen intensieve begeleiding nodig en meer uitleg. Leerlingen krijgen in kleine groepen les in de vakken van de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er praktijkvakken, zoals zorg en welzijn of verkoop. Als docent help je de leerlingen ook om algemene vaardigheden te ontwikkelen, zoals zelfredzaamheid en werknemersvaardigheden. Het praktijkonderwijs leidt rechtstreeks op voor een plek op de arbeidsmarkt. Het praktijkonderwijs duurt zes jaar.

Vmbo

De afkorting vmbo staat voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Het is een vierjarige opleiding die leerlingen voorbereidt op het mbo, maar doorstroom naar de havo is ook mogelijk. Het vmbo duurt 4 jaar. In het vmbo zijn er vier leerwegen:

  • Basisberoepsgerichte leerweg: voor leerlingen die graag leren door zelf te doen;
  • Kaderberoepsgerichte leerweg: voor leerlingen die praktisch zijn ingesteld, maar geen moeite hebben met theoriegericht onderwijs;
  • Gemengde leerweg: voor leerlingen die weinig moeite hebben met leren en ook graag praktijkgerichte vakken krijgen;
  • Theoretische leerweg: voor leerlingen die weinig moeite met leren hebben en die zich nog niet willen voorbereiden op een specifieke opleiding. Dit is de oude mavo.

Op het vmbo mag je lesgeven met een eerste- en tweedegraads bevoegdheid.

Lwoo

De afkorting lwoo staat voor leerwegondersteunend onderwijs. Lwoo is geen type onderwijs. Het is speciaal onderwijs aan vmbo-leerlingen van de basis- en soms van de kaderberoepsgerichte leerweg. Lwoo biedt leerlingen met leerachterstanden extra ondersteuning, zodat ze makkelijker hun diploma kunnen halen. Lwoo wordt niet op alle vmbo-scholen gegeven en is ook mogelijk buiten de lessen om of zelfs buiten de muren van de school.

Een lwoo-docent heeft kleinere klassen, zodat hij of zij meer aandacht kan geven aan elke leerling. Ook geeft een lwoo-docent vaak meerdere vakken, zodat de leerlingen niet te maken hebben met veel verschillende leraren.

Havo

Havo staat voor hoger algemeen voortgezet onderwijs. Deze opleiding duurt vijf jaar en bereidt leerlingen in principe voor op het hoger beroepsonderwijs (hbo), maar na het examen kun je ook doorstromen naar het vwo. Er is meer ruimte voor verdieping van de lesstof dan op het vmbo en de leerlingen op de havo moeten meer zelfstandig werken. In de bovenbouw kiezen havo-leerlingen een van de volgende vier profielen:

  • Cultuur en maatschappij
  • Economie en maatschappij
  • Natuur en gezondheid
  • Natuur en techniek

Met een tweedegraads bevoegdheid mag je als docent alleen lesgeven in de eerste drie klassen van de havo. Als je wilt lesgeven in de bovenbouw van de havo, heb je een eerstegraads bevoegdheid nodig.

Vwo

Vwo staat voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Het vwo duurt zes jaar en bereidt scholieren voor op een studie aan de universiteit. Er is veel ruimte voor verdieping. Aan het eind van het derde jaar kiezen alle vwo-leerlingen een van de volgende vier profielen:

  • Cultuur en maatschappij
  • Economie en maatschappij
  • Natuur en gezondheid
  • Natuur en techniek

Binnen het vwo vind je verschillende stromingen:

  • Het gymnasium is een vwo-opleiding met als extra vakken Latijn, Grieks en klassieke culturele vorming.
  • Het atheneum is de reguliere vwo-opleiding met 15 vakken in de onderbouw en 8 examenvakken.
  • Het tweetalig vwo is een vwo-opleiding waarin vanaf de brugklas ongeveer de helft van de vakken in het Engels gegeven wordt.

Vavo

De vavo is een afkorting van het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs. Op de vavo kunnen volwassenen een vmbo-tl-, havo- of vwo-diploma of deelcertificaten voor bepaalde schoolvakken halen. De vavo is bedoeld voor mensen van 18 jaar en ouder. Deze volwassenen hebben bijvoorbeeld geen middelbareschooldiploma gehaald, ze willen een hoger middelbareschooldiploma halen of ze willen voor bepaalde vakken een deelcertificaat halen vanwege hun vervolgopleiding. De vavo valt officieel onder het mbo en wordt dan ook door mbo-instellingen aangeboden.

3. Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

Mbo staat voor middelbaar beroepsonderwijs. Het is onderwijs dat aansluit op de middelbare school. Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) bereidt je voor op het mbo, maar ook met een havodiploma, kun je studeren aan het mbo. Mbo-opleidingen begeleiden je in het uitoefenen van een vak of beroep. Deze beroepen zijn onderverdeeld in rond de 500 opleidingen waar je een mbo-diploma in kunt halen.

Het mbo kent vier niveaus:

  • mbo niveau 1: entreeopleiding voor eenvoudig uitvoerend werk
  • mbo niveau 2: basisberoepsopleiding voor uitvoerend praktisch werk
  • mbo niveau 3: vakopleiding tot zelfstandig beroepsbeoefenaar
  • mbo niveau 4: middenkaderopleiding en specialistenopleiding, waarna iemand volledig zelfstandig een beroep kan beoefenen, met een brede inzetbaarheid en/of een specialisatie

4. Hoger beroepsonderwijs (hbo)

Hbo staat voor hoger beroepsonderwijs. Na de havo of het vwo kunnen leerlingen van een middelbare school doorstromen naar het hoger beroepsonderwijs. Daarnaast kunnen ook studenten van een afgeronde mbo4-opleiding doorstromen naar het hbo. De opleidingen op hbo-niveau leiden studenten op tot een beroep. In vergelijking met het wetenschappelijk onderwijs zijn hbo-opleidingen meer gericht op een beroepspraktijk.

Het hoger beroepsonderwijs is ingedeeld volgens het bachelor-masterstel. Je kunt een hbo-opleiding op drie niveaus volgen:

Associate degree

Dit een praktijkgerichte, tweejarige opleiding op hbo-niveau. Je behaalt een Ad-diploma op het niveau dat tussen mbo niveau-4 en hbo-bachelor ligt (niveau 5).

Hbo-bachelor/professionele bachelor

Dit is een vierjarige opleiding die je volgt nadat je havo, vwo of mbo op niveau 4 hebt afgerond. Je sluit deze opleiding af met een hbo-bachelordiploma.

Hbo-master/professionele master

Een één- of tweejarige opleiding die je volgt nadat je je hbo-of wo-bachelor hebt afgerond. Tijdens een master verdiep je je nog verder in je vakgebied. Je sluit deze opleiding af met een hbo-masterdiploma.

5. Wetenschappelijk onderwijs (wo)

Wo staat voor wetenschappelijk onderwijs. Na het vwo kunnen scholieren van een middelbare school doorstromen naar een opleiding op een universiteit. Studenten die op een hbo-opleiding hun propedeuse hebben gehaald mogen ook beginnen aan een opleiding aan een universiteit. Binnen het wetenschappelijk onderwijs ligt de nadruk niet op het voorbereiden op de beroepspraktijk, maar op onderzoeksvaardigheden. Je leert analytisch en kritisch met leerstof om te gaan.

Het wetenschappelijk onderwijs in Nederland is, net zoals bij het hoger beroepsonderwijs, ingedeeld volgens het bachelor-masterstel. Je kunt een wo-opleiding op twee niveaus volgen:

Universitaire bachelor

Dit een theoriegerichte, driejarige opleiding. Je sluit deze opleiding af met een bachelordiploma. Na je wo-bacheloropleiding kun je een universitaire master volgen.

Universitaire master

Dit is een theoriegerichte, een- of twee jarige opleiding. Je sluit deze opleiding af met een masterdiploma.

6. PhD

Een PhD is de hoogste academische graad die je kunt halen. Wil je echt verder in de wetenschap, bijvoorbeeld als je later professor wilt worden, dan moet je een PhD doen. In een PhD-positie doe je wetenschappelijk onderzoek en schrijf je een proefschrift over een onderwerp binnen het vakgebied waarop je promoveert. Vroeger heette dat promoveren. Je krijgt dan de titel dr. en wordt doctor in de wetenschap. De internationale term hiervoor is PhD: een Latijnse afkorting die voor Philosophiæ Doctor staat. Met deze titel wordt verwezen naar het Oud-Griekse woord philosophia, wat ‘liefde voor wijsheid’ betekent.

Samenvatting

In Nederland kennen we een uitgebreid onderwijssysteem. Het onderwijssysteem begint met regulier basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs voor alle kinderen vanaf vier jaar. Na het basisonderwijs zijn er zeven vormen van voortgezet onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs, praktijkonderwijs, vmbo, lwoo, havo, vwo en vavo. Daarna zijn er drie vormen van vervolgonderwijs. Studenten kunnen naar het mbo (niveau 1 t/m 4), naar het hbo (in de vorm van een 2-jarige associate degree, een hbo-bachelor of een hbo-master) of naar de universiteit voor een wo-bachelor of wo-master. De hoogste graad in het onderwijssysteem is een PhD. In een PhD-positie doe je wetenschappelijk onderzoek en schrijf je een proefschrift over een onderwerp binnen het vakgebied waarop je promoveert.

Dit artikel is geschreven door

Over het Onderwijsloket