Hoe word ik leraar in het praktijkonderwijs?

In het kort

Je mag lesgeven in het praktijkonderwijs met een tweedegraads bevoegdheid, een eerstegraads bevoegdheid en een bevoegdheid voor het primair onderwijs. Je bevoegdheid moet wel voor het juiste vak zijn.

Hoe word ik leraar in het praktijkonderwijs?

Wil jij leerlingen graag ondersteunen bij hun persoonlijke ontwikkelplan? Als leraar op een school voor praktijkonderwijs lever je een grote bijdrage aan de ontwikkeling van jongeren tussen twaalf en achttien jaar die moeite hebben met leren op een traditionele manier. In dit artikel lees je meer over wat het praktijkonderwijs inhoudt en welke bevoegdheid je nodig hebt om les te geven binnen het praktijkonderwijs.

Wat is het praktijkonderwijs?

Het praktijkonderwijs is een onderdeel van het voortgezet onderwijs. Leerlingen worden opgeleid om goed te kunnen meedraaien in de maatschappij. Ze worden voorbereid op (het vinden van) een baan of een vervolgopleiding. Zo leer je in het praktijkonderwijs over verschillende belangrijke thema’s als wonen, werken, burgerschap, leren en vrije tijd. Zoals de naam al aangeeft, is het praktijkonderwijs met name gericht op de praktijk. Leerlingen leren dus vooral door te doen. Theorie wordt tot leven gebracht met veel praktische vakken en stages. Leerlingen volgen een eigen leerroute, die aansluit bij wat de leerling kan en graag wil. Na het praktijkonderwijs stroomt een deel van de leerlingen door naar het mbo, en een ander deel gaat meteen aan het werk.

Voor wie is het praktijkonderwijs?

Het praktijkonderwijs is bedoeld voor jongeren van 12 tot en met 18 jaar, die moeite hebben met leren op de traditionele manier en vaak een leerachterstand hebben. De volgende landelijke toelatingscriteria worden gehanteerd:

  • Het IQ van de leerling ligt tussen 55 en 80;
  • De leerling heeft een leerachterstand van drie jaar of meer op twee van de volgende domeinen:
    • Inzichtelijk rekenen;
    • Begrijpend lezen;
    • Technisch lezen;
    • Spellen;

Hierbij geldt dat een van de domeinen inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen moet zijn.

Hoe ziet lesgeven in het praktijkonderwijs eruit?

Als leraar in het praktijkonderwijs begeleid je je leerlingen en leer je ze de nodige vaardigheden, zodat ze in toenemende mate zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij. Er worden in het praktijkonderwijs theorievakken gegeven (ook wel AVO-vakken genoemd), zoals rekenen en taal. Daarnaast krijgen leerlingen veel praktijkvakken, zoals koken en verzorging.

De klassen binnen het praktijkonderwijs zijn kleiner dan in het reguliere onderwijs en bestaan meestal uit twaalf tot veertien leerlingen. Als leraar in het praktijkonderwijs is het belangrijk dat je leerlingen structuur kunt bieden en dat je onderwerpen op veel verschillende manieren uit kunt leggen. Je geeft vaak meerdere vakken. Welke vakken dit precies zijn hangt af van welke lesbevoegdheid je hebt.

In de bovenbouw kiezen de leerlingen een profiel en lopen zij ook stage. Als leraar van bovenbouwleerlingen ben je daarom naast leraar vaak ook stagecoördinator.

Met welke bevoegdheid mag ik lesgeven in het praktijkonderwijs?

Er zijn meerdere bevoegdheden waarmee je voldoet aan de bekwaamheidseisen om aan de slag te gaan als docent. Met de volgende bevoegdheden mag je lesgeven in het praktijkonderwijs:

  • Met een tweedegraads bevoegdheid mag je lesgeven in het praktijkonderwijs in het schoolvak of hieraan verwante vakken waarvoor je een bevoegdheid hebt gehaald. Daarnaast ben je bevoegd om jouw vak te verzorgen in de onderbouw van de havo en het vwo (klas 1, 2, 3), op het voortgezet speciaal onderwijs, het beroepsonderwijs (mbo) en zelfs in het primair onderwijs, mits je een schoolvak geeft dat overeenkomt met een vak dat daar wordt gegeven.
  • Met een eerstegraads bevoegdheid (en met een ongegradeerde bevoegdheid) mag je lesgeven in de onderwijssectoren waar je met een tweedegraads bevoegdheid les mag geven en in de bovenbouw van de havo en het vwo. Ook hierbij geldt dat je alleen mag lesgeven in het schoolvak waarvoor je de lesbevoegdheid hebt behaald.
  • Met een bevoegdheid voor het *primair onderwijs, die je haalt via de pabo, mag je lesgeven in alle AVO-vakken van het praktijkonderwijs. Daarnaast ben je bevoegd om les te geven op een basisschool, in het speciaal basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
  • Met een pabo-diploma kun je in het praktijkonderwijs lesgeven in: Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie, verzorging, muziek, handvaardigheid en tekenen.

Met een bevoegdheid voor het vak Omgangskunde ben je binnen het praktijkonderwijs breed inzetbaar. Met een getuigschrift van de opleiding Omgangskunde van na 2006 ben je bevoegd voor de vakken Nederlands, Engels, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde, biologie (incl. kennis der natuur), verzorging, muziek, handvaardigheid (textiele werkvormen) en tekenen.

Welke opleidingen of opleidingsonderdelen zijn er om je te specialiseren in de richting van het praktijkonderwijs?

Met de Master Passend Meesterschap ontwikkel je je eigen visie op het omgaan met verschillen in de klas. In twee jaar tijd word je expert in gedrag en leren.

De Master Educational Needs (MEN) geeft je een orthopedagogische en onderwijskundige verdieping met de focus op passend onderwijs. Je kunt hier als cursist ook losse modules volgen.

Dit artikel is geschreven door

Over het Onderwijsloket